heid niet smaken, zolang er nog onzaligen zijn! Nu gij als enkele mens bevrijd zijt, zoudt gij wel terstond willen ingaan tot het rijk van het bovenzinnelijke. Dan echter zoudt gij moeten neerzien op de nog niet verloste wezens in de wereld der zinnen. En gij had uw lot van het hunne losgescheurd. Maar gij zijt allen met elkander verbonden. Allen hebt gij moeten afdalen in de zintuigelijke wereld om krachten voor een hogere wereld uit haar te putten. Door u van hen af te zonderen zoudt gij de krachten misbruiken, die gij slechts hebt kunnen ontwikkelen in gemeenschap met hen. Waren zij niet afgedaald, ook gij waart daartoe niet in staat geweest; zonder hen zouden de krachten voor een bovenzinnelijk bestaan u ontbreken. Deze krachten, met hen tezamen veroverd, moet gij ook met hen delen. Zo ontzeg ik u de toegang tot de hoogste gebieden der bovenzinnelijke wereld, zolang gij niet al de door u verworven krachten hebt aangewend ter verlossing uwer medeschepselen. Met het reeds verkregene moogt gij u ophouden in de lagere gebieden van het bovenzinnelijke; doch voor de Poort, die naar de hogere voert, sta ik - gelijk de Cherub met het vlammend zwaard voor het Paradijs- en zal u de toegang weigeren, zolang er in u nog krachten zijn, die gij in de stoffelijke wereld ongebruikt hebt gelaten. En zo gij de uwe niet gebruiken wilt, zullen anderen komen en ze aanwenden; dan neemt een hoge bovenzinnelijke wereld alle vruchten uit de stoffelijke in zich op; maar u is de bodem onttrokken, waarmede gij waart vergroeid. De gelouterde wereld laat u in hare ontwikkeling achter en gij zult van haar zijn uitgesloten. Gij gaat dan het zwarte Pad, het Witte echter volgen zij, van wie gij u gescheiden hebt."
Nieuws dat de mainstreammedia verzwijgen en ander nieuws.....................
vrijdag 27 oktober 2023
grote Wachter op de drempel
heid niet smaken, zolang er nog onzaligen zijn! Nu gij als enkele mens bevrijd zijt, zoudt gij wel terstond willen ingaan tot het rijk van het bovenzinnelijke. Dan echter zoudt gij moeten neerzien op de nog niet verloste wezens in de wereld der zinnen. En gij had uw lot van het hunne losgescheurd. Maar gij zijt allen met elkander verbonden. Allen hebt gij moeten afdalen in de zintuigelijke wereld om krachten voor een hogere wereld uit haar te putten. Door u van hen af te zonderen zoudt gij de krachten misbruiken, die gij slechts hebt kunnen ontwikkelen in gemeenschap met hen. Waren zij niet afgedaald, ook gij waart daartoe niet in staat geweest; zonder hen zouden de krachten voor een bovenzinnelijk bestaan u ontbreken. Deze krachten, met hen tezamen veroverd, moet gij ook met hen delen. Zo ontzeg ik u de toegang tot de hoogste gebieden der bovenzinnelijke wereld, zolang gij niet al de door u verworven krachten hebt aangewend ter verlossing uwer medeschepselen. Met het reeds verkregene moogt gij u ophouden in de lagere gebieden van het bovenzinnelijke; doch voor de Poort, die naar de hogere voert, sta ik - gelijk de Cherub met het vlammend zwaard voor het Paradijs- en zal u de toegang weigeren, zolang er in u nog krachten zijn, die gij in de stoffelijke wereld ongebruikt hebt gelaten. En zo gij de uwe niet gebruiken wilt, zullen anderen komen en ze aanwenden; dan neemt een hoge bovenzinnelijke wereld alle vruchten uit de stoffelijke in zich op; maar u is de bodem onttrokken, waarmede gij waart vergroeid. De gelouterde wereld laat u in hare ontwikkeling achter en gij zult van haar zijn uitgesloten. Gij gaat dan het zwarte Pad, het Witte echter volgen zij, van wie gij u gescheiden hebt."
zaterdag 21 oktober 2023
Armageddon
Vlakbij Megiddo, in het noorden van Israël, bevindt zich een niet al te hoge berg die De Berg van Megiddo genoemd wordt. Of, in het Hebreeuws, Armageddon. Bij die berg zal volgens het negentiende hoofdstuk van het bijbelboek Openbaring de laatste, kosmische veldslag op aarde plaatsvinden.
Bijbel
De plaats en bijbehorend dal wordt meermalen genoemd in de Bijbel, in Zacharia 12:11 wordt het Megiddon genoemd.
Nieuwe Testament
In Openbaring 16:16 is het de plek waar de eindstrijd zal plaatsvinden.
donderdag 19 oktober 2023
Manicheïstische legende over goed en kwaad
De diepe zin die in deze legende ligt" zegt Rudolf Steiner (in GA 93), " is dat het Lichtrijk niet door straf maar door mildheid zal overwinnen; niet door het boze te weerstreven, maar door zich met het boze te vermengen, om dit laatste als zodanig te verlossen. Doordat een deel van het licht in het boze binnendringt, wordt het boze getransformeerd tot het goede
.Efeziërs 5:11 - 14 ‘Slaper, word wakker! Sta op uit de dood en de Christus zal u licht geven.’
https://bible.com/bible/75/eph.5.11.HTB
de mensheid zal nieuwe krachten ontdekken.
.De waarheid kan vele vormen aannemen
Er is geen absolute waarheid - elke waarheid heeft op een bepaald moment haar eigen missie. We praten vandaag over antroposofie, maar we weten dat we in de toekomst, als we herboren worden, iets heel anders zullen horen en in een heel andere verhouding tot elkaar zullen staan.
Laten we onze blik terugwerpen op een tijd waarin we misschien zelfs toen al bijeen waren in een streek in Noord-Europa, waar mensen zich verzamelden rond een Druïdenpriester die hen de waarheid meedeelde in de vorm van mythen en legenden. Als wij toen niet naar hem hadden geluisterd en als hij onze ziel niet had beïnvloed, zouden wij nu niet in staat zijn om de waarheid te begrijpen die de antroposofie ons nu in een andere vorm brengt. Wanneer wij herboren worden, zullen wij de waarheid in een andere en hogere vorm horen spreken. De waarheid evolueert, net als al het andere in de wereld. Het is de vorm van de goddelijke Geest, maar de goddelijke Geest heeft vele vormen. Als we ons dit kenmerk van waarheid goed eigen maken, zullen we er een heel andere relatie mee krijgen. We zullen zeggen: We leven inderdaad in de waarheid, maar die kan vele vormen aannemen.
Bron: Rudolf Steiner - GA 95 - Aan de poorten van de geesteswetenschap - Lezing XI: De post-Atlanteïsche cultuur-tijdperken - Stuttgart, 1 september 1906
Goden en techniek.
"Wij moeten niet alleen verdragen dat Ahriman de aarde machinaal heeft gemaakt; nu komt daar nog bij dat de mensen het werk van Ahriman imiteren. Onze taak om Ahrimans inspanningen te vernietigen is al groot genoeg en nu hebben we daar nog al die stoommachines, al die elektrische machines en al die troep bij die ook vernietigd moeten worden."
GA 212. De menselijke ziel in relatie tot wereldevolutie - De menselijke ziel in relatie tot zon en maan
“Not only must we endure that Ahriman has made the earth machinelike: now added to that, human beings are imitating the work of Ahriman. Our task in destroying Ahriman's endeavors is great enough and now we have in addition all these steam engines, all these electric machines and all that trash which has to be destroyed as well.”
GA 212. The Human Soul in Relation to World Evolution — The Human Soul in Relation Sun and Moon
objectively; he is not in the habit of doing so. He is aware of all that which I referred to yesterday as the up-surging waves of instinctive life — urges, cravings and passions — in fact, all emotions in general. But he is little inclined to look at these in an objective way because when he observes himself all that emerges are just these cravings. Through education they often become refined, but it is still instinctive life that wells up. On the other hand, man forms at least some ideas concerning the external world in which he is not personally involved; these ideas therefore have a certain objectivity.
There are many people who do not care for such objective ideas; they prefer to keep to what is subjective and personal. However, modern cultural life brings up in every field such objective concepts concerning external nature and has done so for centuries. These concepts about the world fill man's inner being. Whether it is only a little local paper he reads or one of the Sunday supplements, he is learning, in both, to look at the world according to such concepts. He is not aware that, even from the smallest publication, he absorbs a natural-scientific view of the world, but he does so nonetheless. So it can be said that the only thing that really occupies man today is the external world. I am not saying this in criticism of individuals. It is more a criticism of the age; or, better said, a characterization of the age, for there is no point in criticizing. The whole situation is simply a necessary outcome of the time. People today are so little interested in man as such that it has become a matter of indifference whether a living actor is seen on the stage or a specter on the cinema screen. In reality, it naturally does make a considerable difference. But today there is no deep fundamental feeling for this difference. If there were, then there would also be more concern for the considerable part played by the cinema and similar phenomena in the decline of our civilization.
In a certain sense, it is of particular importance, if our insight is firmly rooted in Anthroposophy, that we accept this modern approach in which, disregarding the inner reality of external nature, we formulate faithful copies of her. Perhaps you are aware of how scientifically scrupulous Anthroposophy does just that, by declining every kind of hypothesis about the phenomena of nature. On the contrary, we remain in our phenomenalism, as it must be termed, strictly within the phenomena themselves — that is, within what nature conveys — and that we allow the phenomena to explain themselves, in the Goethean sense. We do not think into them all kinds of atom-bombardment or atom-splitting and the like, as is usually done nowadays because of the inertia of old habits. When we speak about external nature, on the basis of Anthroposophy, it is essential that we do not hypothetically add anything to what the phenomena themselves reveal.
Modern technology is an example of how not to think anything into the phenomena. It has arisen with the natural- scientific world view in recent times. When we utilize nature's laws in technology we actually create the phenomena ourselves. True, something is left out of account in the phenomena, in electricity, for example, of which the modern researcher says that he uses it, but does not know what it is. He speaks similarly about all nature forces such as heat and light, etc. In other words, there is always an element which is not explained. However, what really matters in technology is that which we want to control. And as it is we ourselves who put everything together in the experiments, we can survey every detail.
Through initiation within the mysteries it was learned that the external world had not originated from the Gods. This was accepted more and more as a fundamental objective truth. The Gods had intended quite a different world.
A particular event had caused man to sink down into a world not at all willed by the Gods. If time allowed, it could be shown that all ideas concerning the fall of man — his expulsion from paradise — stem from the recognition that the world around him is not a world created by the Gods.
Attempts were made to discover the will of the Gods in regard to the world they had not created, and it was realized that what the Gods wanted was the disintegration, the annihilation of that world. This fact, too, the initiates in ancient times had to face. The Gods whom they reached up to revealed that their decision regarding this world was its destruction. Yet the initiates also knew that man, in order to become independent, had at some time to derive his human knowledge precisely from the world which the Gods found ripe for extinction.
In the early Greek mysteries this knowledge was understood in a specific way. There the aim was to interpret the world through art. At that time there was no inkling of a natural-scientific approach such as we have today. Through plastic art and particularly through the Greek tragedy — in fact, through art in general — the aim was to create something through man which, though associated with this world, nevertheless transcended it. The initiated Greek said to himself: The world I see around me with its trees, its springs and so on, all this will disintegrate; however, what from this world has been secreted into a Venus de Milo, a Zeus or Athene, or into the dramas of Sophocles, will surely pass over from the realm of the visible into the invisible. The thoughts which had gone into a work of art would remain and would secure the continuation of the earthly world — which otherwise might disappear completely — even if the earth itself disintegrated.
Already the very early Greeks, at the time when art still proceeded from the mysteries, visualized that the world must be saved through art. For the world, though derived from the Gods, had absorbed a content which the Gods themselves wished destroyed. Certain fundamental facts of science were fully known to the initiates; this can be proved even historically. Certainly we have added much by way of technical construction in the course of recent centuries, particularly the 19th Century. But certain fundamental things which are still operative in technology were well known to the initiates of old. They knew much more than can be derived from what they told others who were not initiated. This knowledge led the initiates in the mysteries to say: If by combining natural forces we simply put together something technically we shall have something in the nature of a machine. We shall be making something which will be destroyed together with that aspect of the earth which the Gods themselves wish annihilated. For every initiate knows, and did know, that those Gods they venerated and communed with in the ancient mysteries — and with whom one can naturally still commune — those Gods hate nothing so much as, for example, a locomotive or a motor car. That to them is something dreadful. Those Gods say, “Not only must we endure that Ahriman has made the earth machinelike: now added to that, human beings are imitating the work of Ahriman. Our task in destroying Ahriman's endeavors is great enough and now we have in addition all these steam engines, all these electric machines and all that trash which has to be destroyed as well.”
dinsdag 17 oktober 2023
.Hij is een gewoon mens zoals iedereen.
We dringen door in de spirituele wereld door verbeelding, inspiratie en intuïtie. Dit is hoe we onszelf onderdompelen in de spirituele wereld door de transformatie van de ziel. Het kan niet bereikt worden door lege zinnen of betekenisloos mystiek gepraat over jezelf verliezen in dit of dat, maar alleen door echt serieus te werken aan de ziel. - Als we dit stadium bereikt hebben - en we hoeven het geen hoger stadium te noemen dan ons gewone leven, maar slechts een ander soort kennis - hebben we een heel andere relatie tot de uiterlijke wereld dan zonder deze kennis.
Hoewel het voor velen van jullie wel bekend is na alle lezingen die ik hier heb gegeven, wil ik toch terloops vermelden dat het niet zo is dat een geesteswetenschapper een geesteswetenschapper is vanaf het moment dat hij wakker wordt totdat hij gaat slapen, zoals bijvoorbeeld een scheikundige een scheikundige is, zelfs als hij niet in zijn laboratorium is. In de tijd dat de geesteswetenschapper niet in de geestelijke wereld is ondergedompeld, is hij een gewoon mens zoals ieder ander. Hij leeft van nature volgens wat de buitenwereld van hem verlangt. Het is een grote vergissing om je voor te stellen dat de geesteswetenschapper een ander mens wordt. In de buitenwereld ontstaan veel misverstanden over verschillende soorten samenlevingen omdat hun leden voortdurend suggereren dat zij een hoger soort mens zijn. Dit is nogal onverantwoordelijk en hier zeker niet bedoeld. Wat bedoeld wordt is dat we in bepaalde levensstaten de ziel trainen om de spirituele wereld binnen te gaan, en dat tijdens deze staten, in deze toestand van de ziel, de ziel een andere relatie tot de buitenwereld heeft dan normaal, zelfs wat betreft de subtielere verschillen in het leven.
https://rsarchive.org/Lectures/ReinImmort/19180424p01.html
maandag 11 september 2023
Vooruitblik geboorte.
Wie Glocken schwirren die sich verkörpern wollenden Astralleiber an den Lebensäther heran und bilden nun einen neuen Ätherleib.
Wenn nun der Mensch mit seinem zukünftigen Ätherleib sich verbindet, dann tritt ein Moment der Schau ein, geradeso wie er vorher beim Tode auf sein vergangenes Leben zurückschaute. Das
drückt sich aber nun ganz anders aus, nämlich als ein Vorausschauen in die Zukunft, ein Vorauswissen. Bei etwas psychisch veranlagten Kindern kann man manchmal in der frühesten Zeit solche
Erzählungen hören, solange noch nicht die materialistische Kultur auf die Kinder gewirkt hat. Ein Vorausschauen des Daseins ist das. Das sind zwei wichtige, wesentliche Momente, denn sie zeigen uns,
was der Mensch, wenn er herunterkommt, um sich zu inkarnieren, mit sich bringt. Wenn er gestorben ist, ist das Wesentliche eine Erinnerung. Wenn er sich reinkarniert, ist das Wesentliche eine
Zukunftsvision. Diese beiden verhalten sich zueinander wie Ursache und Wirkung. Alles was der Mensch im letzten Moment des Todes erlebt, ist die Zusammenfassung aller vorhergehenden Leben. Diese
werden im Devachan aus einer Vergangenheitssache in eine Zukunftssache umgearbeitet. Diese beiden Momente können einen wichtigen Fingerzeig geben für ganz bestimmte Zusammenhänge in zwei oder
mehreren aufeinander folgenden Inkarnationen.
GA 93a blz.159
etwas Analoges zu dem Moment auftritt, wo er diesen ablegt. In diesem Augenblick hat der Mensch dann eine Art Vorschau über sein kommendes Leben, so wie er im Augenblick des Todes eine Rückschau auf das verflossene Leben hatte. Diese Vorschau aber vergißt der Mensch, weil die Konstitution seines physischen Leibes noch nicht geeignet ist, diese Vorschau gedächtnismäßig zu behalten.“ (Lit.:GA 100, S. 99f)
Kurz bevor unser Ätherleib in den physischen Leib eintaucht, tritt aber noch ein wichtiges Ereignis ein. Wir erhalten durch unseren Ätherleib eine überblicksartige Lebensvorschau auf unser künftiges Erdendasein, die uns in groben Umrissen zeigt, welche Schicksalsaufgaben wir uns für diese Inkarnation vorgenommen haben. Das ist das spiegelbildliche Erlebnis zum dem Lebenspanorama des vergangenen Lebens, das wir kurz nach dem Tod erleben. Die Vorschau auf das künftige Leben kann gelegentlich einen solchen Schock auslösen, dass der Mensch vor der Inkarnation gleichsam zurückzuckt und sich nur ungenügend mit der physischen Grundlage verbindet. Das führt dann zu den verschiedenen Formen der geistigen Behinderung, die immer ihre Ursache darin hat, dass sich die höheren Wesensglieder nicht genügend bzw. nicht richtig inkarnieren
Nun kommt ein außerordentlich wichtiger Moment, ebenso wichtig wie der Moment nach dem Tode, wo man sein ganzes vergangenes Leben als Erinnerungsbild sieht. Wenn der Mensch in seinen Ätherleib hineinschlüpft und noch nicht den physischen Leib hat — es ist dies nur ein kurzer Moment, aber von höchster Wichtigkeit —, da hat er eine Vorschau auf das nächste Leben; nicht auf alle Einzelheiten, es ist nur ein Überblick über all das, was ihm bevorsteht im künftigen Leben. Da kann er sich sagen — er vergißt es wieder bei der Einkörperung —, er hat vor sich ein glückliches oder ein unglückliches Leben. Nun kommt es vor, wenn ein Mensch viele schlimme Erfahrungen im früheren Leben gemacht hat, daß er einen Schock bekommt und nicht hinein will in den physischen Leib. Das kann bewirken, daß er wirklich nicht ganz hineinrückt in denselben und so die Verbindung nicht ganz hergestellt ist zwischen den verschiedenen Leibern. Das ergibt dann Idioten in diesem Leben. Es ist das nicht immer der Grund zur Idiotie, doch häufig. Die Seele sträubt sich gleichsam, physisch verkörpert zu werden. Ein solcher Mensch kann sein Gehirn nicht richtig gebrauchen, weil er nicht richtig hineingeschaltet ist. Nur wenn der Mensch sich richtig hineingebären läßt in sein physisches Werkzeug, kann er es richtig gebrauchen. Während der Ätherleib sonst nur ganz schwach hinausragt, kann man bei den Idioten oft Teile des Ätherleibes wie einen weit über den Kopf hinausragenden ätherischen Lichtschein sehen. Wir haben da einen Fall, wo etwas, was das Leben seiner physischen Betrachtung nach unerklärlich läßt, erklärt wird durch die Geisteswissenschaft." (Lit.: GA 99, S. 49ff)
Als bijvoorbeeld de geesteskenner zegt: het komt voor dat een mens in een aardeleven zwakzinnig of krankzinnig was, zich echter juist door zijn ervaringen als krankzinnige, waarop hij na de dood terugblikt, zich voor een volgend aardeleven de krachten eigen maakt voor een filantropisch genie, dan zullen mensen met een bepaalde gezindheid om zo’n bewering natuurlijk lachen en er de spot mee drijven; wie echter door een blik op het ware geesteswetenschappelijke onderzoek en de daarmee noodzakelijk samenhangende gevoelsstemming van de onderzoeker, een begrip krijgt voor de diepe ernst, waarop een dergelijke uitspraak gebaseerd is, van de geestelijke arbeid, waarmee men zo’n uitspraak aan de ziel ontworstelt, die zal het lachen en de spot vergaan.
Bron: Rudolf Steiner – GA 35 – Philosophie und Anthroposophie, Gesammelte Aufsätze 1904 – 1923 (bladzijde 165)
Ik-begrip
In der indisch-theosophischen Tradition wird das Ich annähernd als Kama-Manas bezeichnet, worunter aber mehr das im Egoismus verhärtete niedere Selbst verstanden wird, das Ego, das vornehmlich in der Verstandes- oder Gemütsseele auflebt. Ich und Ego müssen aus geisteswissenschaftlicher Sicht ganz klar voneinander unterschieden werden. Das Ich bildet den unsterblichen Kern des Menschen, während das Ego in seinen vergänglichen leiblichen Hüllen lebt und damit der Sterblichkeit unterliegt.
Das Ich als solches ist nicht als ein irgendwie und irgendwo Vorhandenes fassbar, sondern kann nur in seiner unmittelbaren schöpferischen Tätigkeit, durch die es sich primär selbst beständig neu erschafft, erfahren werden. Durch seine Leibeshüllen ist der Mensch ein Geschöpf höherer Mächte, durch sein Ich jedoch freier Schöpfer seiner selbst.
„
Wenn sich der Mensch auf Erden inkarniert, bildet er die Ich-Organisation (auch Ich-Träger oder Ich-Leib genannt) als das höchste der vier grundlegenden Wesensglieder des Menschen und als Quelle des Ich-Bewusstseins aus. Im Ich-Erleben empfindet sich der Mensch als unteilbare Ganzheit, als Individualität oder Monade, die den bestimmenden Mittelpunkt seiner irdisch verkörperten Persönlichkeit bildet und von hier aus nicht nur die Seelenkräfte des Denkens, Fühlens und Wollens leitet, sondern allmählich auch seine leiblichen Wesensglieder vergeistigt und dadurch in seine unsterbliche Individualität integriert. Zuerst wird der Astralleib zum Geistselbst umgewandelt - das Ich ist schöpferisch geworden im Seelisch-Astralischen und dadurch zum höheren Ich aufgestiegen. Später lernt das Ich, auch den Ätherleib zum Lebensgeist und zuletzt sogar den physischen Leib zum Geistesmenschen umzuformen. Seine Schöpferkraft ist dann auch vollbewusst im Lebendigen und im Physischen tätig. (manas-biddhi-atma)
„Für große Geister ist der Augenblick, in dem sie zum ersten Mal im Leben das «Ich» in sich erfahren, sich zum ersten Mal dessen bewußt werden, etwas Bedeutungsvolles. Jean Paul erzählt dieses Geschehnis von sich. Er stand als kleiner Knabe einmal an einer Scheune im Hofe; da erlebte er zum ersten Mal sein Ich. Und so klar und feierlich war ihm dieser Augenblick, daß er davon sagt: «Wie in das verhangene Allerheiligste habe ich da in mein Innerstes hineingeblickt.» Die Menschen haben sich durch viele Rassen hindurch entwickelt und haben sich bis zur atlantischen Zeit alle so objektiv aufgefaßt; erst während der atlantischen Rasse entwickelte sich der Mensch dahin, daß er zu sich «Ich» sagen konnte. Die alten Juden haben das in eine Lehre gefaßt.
Der Mensch ist durch die Reiche der Natur hindurchgegangen. Das Ich-Bewußtsein ging zuletzt in ihm auf. Astral-, Äther- und physischer Leib und das Ich bilden zusammen das pythagoräische Quadrat. Und das Judentum fügte zu diesem das göttliche Selbst hinzu, das von oben herunter zu uns kommt, im Gegensatz zu dem Ich von unten. So war aus dem Viereck ein Fünfeck entstanden. So empfand das Judentum den Herrn seines Volkes, und etwas Heiliges war es daher, den «Namen» auszusprechen. Während andere Namen, wie zum Beispiel Elohim oder Adonai mehr und mehr populär wurden, durfte nur der gesalbte Priester im Allerheiligsten den Namen «Jahve» aussprechen. Zur Zeit Salomos war es, daß das alte Judentum zur Heiligkeit des Jahve-Namens kam, zu diesem «Ich», das im Menschen wohnen kann. Die Aufforderung Jahves an die Menschen müssen wir als eine solche nehmen, die den Menschen selbst zu einem Tempel des heiligen Gottes gemacht wissen wollte. Jetzt haben wir eine neue Auffassung von der Gottheit erhalten, die nämlich: den Gott, der in der Brust des Menschen, im tiefsten Heiligtum des menschlichen Selbst verborgen ist, zum moralischen Gott zu machen. Der menschliche Leib wurde so zu einem großen Sinnbild für das Allerheiligste.“ (Lit.:GA 93, S. 143f)
Ein symbolischer Ausdruck für den Menschenleib, in dem das Ich im Allerheiligsten leben kann, ist etwa die Arche Noah als Vorstufe und dann der salomonische Tempel mit der Bundeslade, die im Allerheiligsten aufbewahrt wird.
„... wenn der Mensch sich zu dieser Entwicklungsstufe gebracht hat, dann spricht sein Selbstbewußtsein in einer ganz anderen, in einer neuen Weise zu ihm. In das verhangene Heiligtum unseres Inneren blicken wir dann in einer ganz neuen Weise. Der Mensch nimmt sich dann wahr als einen Angehörigen der geistigen Welt. Er nimmt sich dann wahr als etwas, was rein und erhaben ist über alles Sinnliche, weil er Lust und Leid im sinnlichen Sinne abgelegt hat. Dann vernimmt er ein Selbstbewußtsein in seinem Inneren, welches so zu ihm spricht, wie die mathematischen Wahrheiten interesselos zu ihm sprechen, aber so zu ihm sprechen, wie mathematische Wahrheiten auch in anderem Sinne sprechen. Mathematische Wahrheiten sind nämlich wahr mit einem Ewigkeitssinn. Was uns in der unsinnlichen Sprache der Mathematik vor Augen tritt, das ist wahr, unabhängig von Zeit und Raum. Und unabhängig von Zeit und Raum spricht dasjenige in unserem Inneren zu uns, was dann vor unserer Seele auftritt, wenn sie sich hinauf geläutert hat zu Lust und Leid an geistigen Dingen. Dann spricht das Ewige mit seiner Ewigkeitsbedeutung zu uns.“ (Lit.:GA 52, S. 201f)
.Groei en ritme.
Mij overkwam het dat mijn duimnagel helemaal inscheurde tot aan het vlees. Dat is natuurlijk lastig en in het begin compenseerde ik dat door een pleister eroverheen te plakken. Maar langzamerhand begon de scheur zich te herstellen. Nieuwe nagel groeide aan of beter gezegd de oude nagel groeide weer heel. Wat bleek nu dat proces duurde 9 maanden. Dezelfde tijd als de groei van een baby in moeders buik. Daar had ik nooit bij stil gestaan! Haargroei gaat bijvoorbeeld veel sneller. Ik heb daar geen getallen van maar de kapster ziet mij toch wel eens in de 6 weken en dan zijn er toch wel centimeters bijgekomen. Er zijn dus bepaalde groeiritmes. Een bekende is het 7 jaar ritme na geboorte , tandenwisseling met 7 en geslachtsrijpheid met 14 jaar (gemiddeld genomen dan).
De cellenstructuur van ons lichaam blijkt ook om de 7 jaar van materie gewisseld te zijn. 7 jaar geleden bestond ons lichaam uit andere materie. En toch voelen we ons dezelfde, wat ervoor pleit dat we niet ons lichaam "zijn" maar deze "hebben" Door o.a. groei en uitscheiding (haren, nagels, huidschilfers , ontlasting, zweet ed) vind dit proces plaats. Vergelijk maar eens een baby met een 7 jarige. Maar dit proces speelt ook bij volwassenen alleen niet zo duidelijk zichtbaar. Voor botten schijnen andere wetten te gelden overigens en misschien voor hercencellen en zenuwcellen ook wel. In ieder geval doen "levende" cellen wel mee aan dit groeiritme. Het veelbetekenende woord "stofwisseling" word hier ook wel voor gebruikt. De groei loopt van binnen naar buiten wat eerst in ons inwendige zat beland uiteindelijk bij de huid.
Huidafschilfering schijnt ook aanzienlijk te zijn.
De ritmen van het menselijke lichaam als microkosmos correleren ook aan macrokosmische ritmes.
We kennen het dag en nacht ritme. En het ritme van de 7 dagen in de week. De 4 weken die een maand vormen waarmee de menstruatie of maanstonde van de vrouw samenhangt. Dan het ritme van de seizoenen die 3 maanden duren en het jaarritme van 12 maanden waarbij de aarde een volle omwenteling om de zon heeft gemaakt. Kleiner is ons adem en hartslagritme en groter ons incarnatieritme. Maar toch is er een correlatie met de macrokosmos al is die niet meer zoals vroeger 1 op 1.
De volgende getallen zijn ongeveer en afgerond.
We ademen 18 keer per minuut en een factor 4 hoger is onze hartslag 72x
Omgerekend per dag ademen we 25920 keer (18×60×24).
Gemiddeld werden we 72 jaar oud dat werd de patriarchen leeftijd genoemd. Tegenwoordig beginnen we meer en meer van deze wetmatigheden af te wijken.
De zon doorloopt een omwenteling door de dierenriem van 25920 jaar dat word een platonisch jaar genoemd. In elk der 12 dierenriemtekens verwijlt de zon 2160 jaar. (25920/12)
Vlgs Steiner is de tijd van het reincarnatie interval 2160 jaar of preciezer 1080 jaar een keer als vrouw en een keer als man.
Onze ademhaling per uur bedraagt 18x60= 1080.
Er zijn dus grote macrokosmische ritmen en daarmee corresponderende microkosmische ritmen.
De getallen 7 en 12 spelen daarbij een belangrijke rol.
7.
7 kleuren van de regenboog en 7 tonen in een octaaf. 7 jaarsritmen van de groei. Het scheikundige elementensysteem kent ook een 7-voud. De week met 7 dagen die elk naar een hemellichaam zijn vernoemd.
7 chakras.
12
De 12 maanden, de 12 meridianen van de acupunctuur, de 12 stammen Israels de 12 dierenriemtekens, de 12 apostelen. 12 uren per dag en nacht.
Onze hele tijdrekening is op 7 en 12 gebaseerd.
Dit zijn zomaar enkele feiten die ter overdenking aanleiding kunnen geven. Naar believen kunnen de voorbeelden ook vermeerderd worden.
Karma - Helen Keller en Anne Sullivan
Over karma is al veel geschreven. Het is onlosmakelijk verbonden aan reïncarnatie.
Het mooist is als karma niet alleen maar een mooie theorie is maar dat het ook praktisch toepasbaar in het leven van alledag geïntegreerd kan worden. Het leert je dan de wereld beter te begrijpen.
Soms lees je biografieën van mensen en dan leent zich zo'n biografie om karmische motieven te ontdekken.
Hieronder (link) is het levensverhaal van Helen Keller verwoord. Ze was als kind zowel blind als doof maar toen kwam er iemand in haar leven Anne Sullivan die haar potentieel wist te ontsluiten.
https://www.flowmagazine.nl/levenslessen/het-bijzondere-leven-van-helen-keller-en-haar-teacher-anne-sullivan.html?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F
En dat potentieel was heel wat. Dat is in het artikel na te lezen.
Helen heeft later heel veel betekend voor de doven en de blinden in de wereld
Rudolf Steiner heeft op haar opmerkzaam gemaakt en daaruit kun je opmaken dat Helen een ingewijde was die karmisch voor een heel zwaar lot had gekozen. Maar zonder Anne Sullivan zou dat niet tot uiting zijn gekomen.
Als men zo'n lot leert kennen kan dat een stimulans zijn om een eventueel eigen zwaar lot beter onder ogen te zien.
donderdag 31 augustus 2023
.Bijna dood ervaringen.
Tegenwoordig horen we daar veel over vooral door de stand van de medische wetenschap die mensen die dreigen te sterven toch weer kunnen reanimeren.
In een rechtbank is het zo dat als verschillende getuigen van een voorval hetzelfde beweren dat dat dan rechtsgeldig word bevonden. De bijna dood ervaringen zijn zo talrijk en de verklaringen van de getuigen zo eensluidend dat dat al een belangrijke indicatie is voor de werkelijkheid ervan. Boeken van Pim van Lommel, George Ritchie en Sabom en Moody en vele anderen geven getuigenis van deze ervaringen.
Iris Paxino is ook een belangrijke bron.
In vroeger tijden in de inwijdingsscholen kende men dit fenomeen ook maar men paste de bijna dood ervaring bewust toe. Onder leiding van een hierophant en 12 helpers werd een persoon met zijn levenslichaam los gemaakt van zijn fysieke lichaam. Ziel en geest van de persoon de inwijdeling kon dan naar de geestelijke wereld toe en daar bovenzinnelijke waarnemingen doen. Ondertussen zorgden de mensen bij het lichaam dat dat in leven bleef en dat de inwijdeling beschermd werd tegen demonische invloeden.. Als de persoon dan terugkeerde op aarde in zijn lichaam werd ervoor gezorgd dat zijn belevenissen in de geestelijke wereld zich in het fysieke lichaam afdrukten zodat deze ze zich kon herinneren. Zoiets gebeurde ook bij de doop door onderdompeling. De opwekking van Lazarus is in die zin de laatste van de oude mysteriën maar tevens ook de eerste van de nieuwe mysteriën.
Wat vroeger mysterie geheim was is dus nu openbaar geworden. De helper is geen hierophant op aarde maar een lichtgestalte in de geestelijke wereld. Naarmate deze belevenissen toenemen en er dus meer getuigenissen van een geestelijke wereld komen zal het materialisme langzaam gaan afbrokkelen.
Steiner in zijn tijd meldde al deze bijna dood ervaringen. Niet met medische oorzaak maar door bijv. ongelukken. Een mens valt van een berghelling en denkt dat hij sterft. Dan ziet hij in een luttele seconde zijn hele leven aan zich voorbijtrekken. Het levenstableau genoemd. Daarin alle belevenissen in de tijd van ongeluk tot geboorte in 1 enkel perspectivisch beeld. Hij valt dan op een tak en sterft niet. Het levenstableau hangt er mee samen dat het menselijk levenslichaam (etherlichaam) tevens drager is van alle herinneringen. Als tijdens zo'n val het etherlichaam dan los van het fysieke lichaam komt dan worden deze herinneringen niet chronologisch maar allen tegelijk zichtbaar. Tijd word dan tot ruimte.
dinsdag 11 juli 2023
God en mens in de tijd.
7-9-1924 GA 346
Steiner een adept.
De vetgedrukte passages geven mijn inziens aan waarom Steiner zelf een adept is en waarom hij ervan afzag om magie te gebruiken.
Elders vertelde Steiner ergens dat hij in staat was een brief zo te schrijven zodat de inhoud daarvan magisch zou werken op de lezer daarvan. Kan helaas de plek niet vinden waar dat stond. Iemand suggesties? Dit soort magie zou echter strijdig zijn met de vrijheid van de mensen.
Nun unterscheidet sich aber sowohl vom Hellseher als auch vom Eingeweihten der Magier. Für den, der selbst in die höheren Welten hineinschauen kann, folgt noch lange nicht, daß er die in die sinnliche Welt hineinwirkenden Kräfte auch schon beherrschen und anwenden kann. Oder glauben Sie, daß ein Mensch, der in eine Gegend die Kenntnis von der Lokomotive, dem Dampfschiff und der Dampfmaschine gebracht hat, nun auch gleich eine solche Maschine bauen könnte ? Er kann ihnen erzählen, wie solche Dinge ausschauen, aber er wird nicht gleich verstehen, sie zu bauen. Daß der Hellseher selbst hineinsehen kann in die höheren Welten, daraus folgt noch nicht, daß er auch die Kräfte, die her ein wirken in die Sinnesweit, zu beherrschen und anzuwenden versteht. Der erst ist Magier oder Adept, der die höheren Kräfte, von denen alles physische Geschehen ein Ausdruck ist, in der Welt hier anzuwenden versteht, der also imstande ist, nicht nur die physischen Kräfte und die physischen Mächte zu Rate zu ziehen, wenn es sich um irgend etwas bei seinem Tun handelt, sondern der die höheren Kräfte spielen lassen kann. Das ist in unserer Zeit eigentlich keine Kleinigkeit, Magier oder Adept zu sein. Es gibt keine Zeit in der Menschheitsentwickelung, die dem Magiertum oder Adeptentum so durchaus entgegengesetzt war, wie unsere heutige es ist. Und man dient heute der Menschheit unter gewissen Verhältnissen am besten dadurch, daß man sich darauf beschränkt, die Erkenntnisse der höheren Welten zu verbreiten, und selbst - vielleicht mit blutendem Herzen - auch in Fällen, wo die Anwendung magischer Kräfte vielleicht am Platze wäre, darauf verzichtet. Denn das heutige öffentliche Leben ist so fremd dem Begriffe des Magiertums, daß unter Umständen der Einfluß höherer Welten auf diese unsere Welt einen Rückschlag bedeuten würde, wenn unmittelbar magische Kräfte angewendet würden. Wer eine gewisse Übung in der Anwendung der Kräfte hat, und zu den Kenntnissen sich auch den Mechanismus angeeignet hat, der muß in gewissen Fällen sich enthalten, diese Kräfte anzuwenden, aus dem einfachen Grunde, weil es unmöglich ist, heute gegen die Strömung der Zeit in der Welt anzulaufen. Zum Magier gehört nicht nur Hellsehen und Einweihung, zum Magier gehört auch Übung. Das ist es, um was es sich handelt. Der Magier muß entsagungsvoll durch lange Zeiten hindurch gewisse Verrichtungen sich aneignen, er muß sich üben.“ (Lit.:GA 101, S. 125f)
maandag 5 juni 2023
de tetraëder structuur van de aarde
donderdag 18 mei 2023
de verschrikkelijke wet van het samenklinken van trillingen
Dat is de verschrikkelijke wet van het samenklinken van trillingen, die in vervulling zou gaan als het Oosten verleid zou worden door de lokstem van de koe, zodat dit dan op overtuigende manier de geestloze, zuiver mechanistische civilisatie van het Westen en van het Midden zou kunnen doordringen; daardoor zou op aarde een mechanistisch systeem kunnen ontstaan dat precies past in het mechanistische systeem van het heelal. Daarmee zou alles wat luchtwerking, wat werking vanuit de periferie is, wat sterrewerking is, in de mensheidscivilisatie worden uitgeroeid. Dat wat de mens bijvoorbeeld beleeft door het jaar heen, wat hij beleeft doordat hij meemaakt het uitlopende, het ontspruitende leven van de lente, het afstervende, verstillende leven van de herfst, dat alles zou voor de mens zijn betekenis verliezen. De menselijke civilisatie zou doortrokken zijn van het geklepper van trillende machines en door de echo van dit lawaai, dat vanuit de kosmos op de aarde zou neerstromen als reactie op het aardemechanisme.
Als u een deel van hetgeen in onze tijd werkt, bekijkt, dan zult u zeggen: een deel van onze tegenwoordige civilisatie is reeds bezig deze verschrikkelijke ondergang na te streven.
GA230. 20-10-1923 de mens als klankharmonie van het scheppende wereldwoord
Mysterieuze, ultralaagfrequente geluiden gedetecteerd in de atmosfeer van de aarde – en wetenschappers kunnen ze niet verklaren
Ballonnen op zonne-energie die in de stratosfeer van de aarde zijn gelanceerd, hebben een reeks mysterieus gerommel geregistreerd en wetenschappers kunnen hun oorsprong niet achterhalen.
De geluiden, gedetecteerd door gespecialiseerde instrumenten op 70.000 voet boven het aardoppervlak, staan bekend als infrageluid omdat ze zo laag zijn dat ze onhoorbaar zijn voor menselijke oren. De vreemde infrageluiden, geplukt uit een reeks verborgen laagfrequente geluiden – waaronder donder, oceaangolven, raketlanceringen, steden, windturbines en zelfs vliegtuigen, treinen en auto’s – hebben tot nu toe elke verklaring getrotseerd.
“In de stratosfeer zijn er mysterieuze infrageluidsignalen die op sommige vluchten een paar keer per uur voorkomen, maar de bron hiervan is volkomen onbekend”, zei hoofdonderzoeker Daniel Bowman, een senior wetenschapper bij Sandia National Laboratories in New Mexico. in een verklaring.
Beginnend ongeveer 9 mijl (14,5 km) boven het aardoppervlak en zich naar boven uitstrekkend tot een hoogte van ongeveer 31 mijl (50 km), is de stratosfeer de atmosfeerlaag boven de onze. Gevuld met ultraviolet-blokkerende ozon, is de stratosfeer een rustige plek, met weinig turbulentie. De meeste geluiden op deze hoogte zijn afkomstig van ultralaagfrequente weerkaatsingen van het aardoppervlak.
Sinds de jaren 1890 sturen wetenschappers en amateuronderzoekers ballonnen naar de stratosfeer. Een van de eerste microfonische ballonexperimenten – het uiterst geheime militaire experiment Project Mogul, ontworpen om geluiden van Sovjet-atoombomtests eind jaren veertig te detecteren – maakte in 1947 een noodlanding in Roswell, New Mexico, wat leidde tot een dekmantel die UFO-samenzwering inspireerde theorieën tot op de dag van vandaag.(Zo wordt beweerd)
Om het geluidslandschap van de stratosfeer te proeven, bouwden Bowman en zijn collega’s een reeks plastic ballonnen van 7 meter breed, bevestigden ze met infrageluidsensoren, microbarometers genaamd, en voegden houtskoolpoeder toe. Door de verduisterende eigenschap van houtskool kan zonlicht de lucht in de ballon verwarmen, waardoor de ballonnen gaan zweven.
“Onze ballonnen zijn eigenlijk gigantische plastic zakken met wat houtskoolstof aan de binnenkant om ze donker te maken. We bouwen ze met schildersplastic van de bouwmarkt, verzendtape en houtskoolpoeder van pyrotechnische voorraadwinkels, ” zei Bowman. “Als de zon op de donkere ballonnen schijnt, warmt de lucht binnenin op en wordt deze drijvend. Deze passieve zonne-energie is voldoende om de ballonnen van het oppervlak tot meer dan 20 km (66.000 ft) in de lucht te brengen.”
Beginnend met hun eerste ballonlancering in 2016, stuurden de onderzoekers 50 ballonnen de lucht in om de lage knallen en gerommel van de stratosfeer te proeven. De onderzoekers begonnen aanvankelijk met het opnemen van de geluiden van vulkaanuitbarstingen, maar bestudeerden ook de andere geluiden die ze oppikten, waarbij ze hun ballonnen volgden over vliegroutes van honderden kilometers met behulp van GPS.
Het was tijdens deze vluchten dat de onderzoekers de geluiden oppikten – laag, terugkerend gerommel waarvan de signalen niet konden worden opgespoord. De wetenschappers hebben een paar ideeën over wat deze mysterieuze geluiden zouden kunnen zijn, en ze variëren van een voorheen onopgemerkte vorm van atmosferische turbulentie tot echo’s van onderaf die onherkenbaar vervormd zijn geraakt.
De onderzoekers zeggen dat ze de geluiden in de stratosfeer zullen blijven onderzoeken, meer geluiden naar hun oorsprong zullen traceren en hun variabiliteit tussen seizoenen en verschillende delen van de wereld zullen bestuderen.
De onderzoekers presenteerden hun bevindingen op 11 mei tijdens de 184e bijeenkomst van de Acoustical Society of America in Chicago.
Bronnen: Live Science
Misschien ook interessant:
https://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/uitleg/infrageluid





